Tekst en uitleg

Energielabel voor nieuwbouw: een enorme kans

Binnenkort is het energielabel voor nieuwbouwwoningen beschikbaar. Voor u als nieuwbouwpartij biedt dat een enorme kans. Nieuwbouw is immers veel energiezuiniger dan bestaande bouw. Kopers en huurders besparen hierdoor flink op hun energielasten. Ook is het goed voor het milieu. Het label maakt dit alles in één oogopslag zichtbaar.

Deze toolbox biedt u tekst en uitleg, én richtlijnen over hoe u met het label kunt omgaan. Daarnaast vindt u hier logo’s, promotionele teksten en foto’s die u gratis in uw marketinguitingen kunt opnemen. Maak daar gebruik van. De boodschap wordt er helder en consistent door. Bovendien: hoe vaker consumenten groene A-labels in verband brengen met nieuwbouw, hoe beter dit voor de branche is.

Energielabel. Wat is het?

Woonlasten bestaan voor een belangrijk deel uit energiekosten. Voor kopers en huurders is het dan ook belangrijk dat zij weten hoe energiezuinig hun toekomstige woning is. Dat kan sterk van invloed zijn op de hoogte van hun woonlasten. Het energielabel geeft hen die informatie.

Label sinds 2008 verplicht voor bestaande bouw
Voor bestaande woningen werd het label op 1 januari 2008 verplicht, althans bij verkoop of verhuur aan nieuwe bewoners. Heel hard was die verplichting niet. Kopers konden ervan afzien.

Voortaan ook voor nieuwbouw
Binnenkort (het is nog niet duidelijk wanneer) moeten álle woningen, zowel bestaande als nieuwbouwwoningen, bij mutatie het energielabel voeren. Dat betekent dat kopers en huurders bij de overdracht van de woning het label – een certificaat met een onderbouwing van enkele pagina’s – van de aanbieder ontvangen. Bij nieuwbouw bent u die aanbieder. Daar komt bij dat kopers er niet meer van kunnen afzien. De verplichting geldt onverkort.

> Ga naar: www.energielabel.nl/woningen (voor meer informatie over het energielabel)
> Ga naar: www.agentschap.nl (voor informatie over wet- en regelgeving rondom het energielabel)

A+ en hoger: vooral voor nieuwbouw

Het energielabel geeft met klassen (G tot en met A++++) en kleuren (rood tot en met donkergroen) aan hoe energiezuinig een huis, appartement of wooncomplex is. G (rood) is zeer onzuinig, A++++ (donkergroen) is zeer energiezuinig.

(Ver)nieuwbouw: het meest energiezuinig
Bij de bestaande bouw loopt de classificatie van G tot en met A. De plusjes achter de A (van A+ tot en met A++++) zijn voorbehouden aan nieuwbouwwoningen en bestaande woningen die via vergaande renovatie zeer energiezuinig zijn gemaakt. (Ver)nieuwbouw is dan ook het hoogst haalbare op het gebied van duurzaam wonen.

In één oogopslag zichtbaar
Dat laatste is overigens geen nieuws. Nieuwbouw en vernieuwbouw voldoen al jaren aan de strengste eisen voor energiezuinigheid. Alleen was er nog geen labelsystematiek voor nieuwbouw beschikbaar. Sinds 1 juli 2012 is die er wel. Daardoor zijn de uitstekende energieprestaties van nieuwbouwwoningen voor al uw klanten in één oogopslag zichtbaar.

Pleidooi vanuit de branche zelf
Dat het energielabel voor nieuwbouwwoningen er nu komt, is te danken aan de nieuwbouwbranche zelf. Die heeft er bij de overheid op aangedrongen.

Label gebaseerd op energieprestatie (EPC)

Het energielabel wordt toegekend op basis van de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van de woning. De EPC is een getal dat uitdrukt hoe energiezuinig de woning is. Hoe lager de EPC, hoe energiezuiniger de woning.

Nieuwbouw: steeds strengere eisen
Nieuwbouwwoningen moeten wettelijk aan een steeds lagere EPC voldoen. Sinds 1 januari 2011 geldt een EPC van 0,6. Deze waarde staat gelijk aan energielabel A++. In 2015 zal de grenswaarde nog verder zijn aangescherpt, tot 0,4 (A+++). In 2020 ligt de grens mogelijk op nul. Als alles volgens plan verloopt, zal nieuwbouw dan, voor wat betreft het gebouw-gebonden verbruik, energieneutraal zijn (A++++).

Hoe komen de labels tot stand?

De energiezuinigheid van (ver)nieuwbouwwoningen werd tot nu toe altijd bepaald op basis van een berekening op papier. Dat verandert met de verplichtstelling van het energielabel voor nieuwbouw.

Niet alleen een berekening, ook een echte toets
Vanaf dat moment zullen de energieprestaties van nieuwbouwwoningen echt worden getoetst. Dat gebeurt kort voor de oplevering van de woning. Daartoe geeft u, als ontwikkelaar of bouwer, een gecertificeerd bureau de opdracht. U levert aan dit bureau het volgende:

  • de meest recente tekeningen;
  • de meest recente energieprestatieberekening;
  • het projectdossier, met documentatie zoals leveringsbonnen en KOMO-attesten van de toegepaste energiemaatregelen;
  • de EPC die uit die berekening voortkomt en waarop de bouwaanvraag is ingediend.

Steekproef en visuele inspecties
Het bureau kijkt eerst of de meest recente berekening voldoet aan de EPC van de bouwaanvraag. Daarna gaan inspecteurs van het bureau de bouwplaats op. Zij toetsen van elk woningtype in het project één huis of appartement op zijn energieprestaties. Zij doen dus een steekproef en bepalen zelf welke woning(en) zij testen. De andere woningen krijgen een visuele inspectie.

Documenten en foto’s in projectdossier
Een deel van dit onderzoek kan achterwege blijven als daar schriftelijke bewijslast tegenover staat. Dat betekent wel dat de aannemer tijdens de bouw een projectdossier moet bijhouden. Daarin zitten foto’s van en documenten over de toegepaste energiezuinige installaties en isolatiematerialen. Ook zit daar informatie in over de diktes van de gebruikte isolatiematerialen en de manier waarop deze zijn aangebracht.

Zie voor een volledig overzicht het opnameprotocol (september 2012) van ISSO. Klik hier. Binnen afzienbare tijd komt de definitieve versie van de BRL9500/Opnameprotocol_Energielabel uit.  Deze is bij ISSO te koop.

Energielabel: vertaling van EPC
Het bureau voegt de resultaten van zijn toets en inspectie samen met de documenten en foto’s die de aannemer aanlevert. Daaruit volgt de (eventueel opnieuw berekende) energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van de woning. Deze EPC, die uitdrukt hoe energiezuinig de woning is, wordt vervolgens vertaald naar een energielabel. Voor nieuwbouw geldt op dit moment dat de EPC niet hoger mag zijn dan 0,6 (energielabel A++) als de bouwvergunning na 1 januari 2011 is aangevraagd. Voor woningen met een bouwvergunning die vóór 1 januari 2011 is aangevraagd, geldt een EPC van hoogstens 0,8 (energielabel A+).

Afmelden bij Agentschap NL, overdragen aan bewoner
Het gecertificeerde bureau stelt het certificaat op en meldt het energielabel van de getoetste woning(en) af bij Agentschap NL. U overhandigt het certificaat, mét de sleutel en andere opleverdocumenten, zelf aan de koper of huurder. Bij een gescheiden koop/aanneemovereenkomst doet uw aannemer dit.

Controle en toezicht
De gemeente of het Rijk controleert of het bureau het energielabel inderdaad bij Agentschap NL afmeldt. Dat gebeurt steekproefsgewijs. Een onafhankelijke instantie controleert, onder toezicht van de Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector (KBI), of het bureau het label op de juiste manier heeft vastgesteld. Dat gebeurt eveneens door middel van steekproeven.

Voorlopig energielabel tijdens verkoopfase
Omdat het energielabel pas bij oplevering wordt vastgesteld, gebruikt u tijdens de verkoopfase (als de bouw vaak nog moet starten) een ‘voorlopig energielabel’.

De exacte procedure voor het bepalen van EPC en energielabel is nog in ontwikkeling. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de steekproeven op de bouwplaats meer woningen van hetzelfde type betreffen. Ook is het nog niet zeker wie de afmelding bij Agentschap NL controleert: de gemeente of het Rijk. Aan de beschrijving hierboven kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

Ga naar: Verkoopfase: voorlopig energielabel
Ga naar: Fasering: van toets naar label (samenvatting procedure)

Fasering: van toets naar label

Hoe komen de energielabels tot stand? Bijgaand treft u een samengevatte fasering aan:

  • U geeft een gecertificeerd bureau de opdracht de energieprestaties van de woningen in uw project te toetsen.
  • U levert de tekeningen, de energieprestatieberekening en de berekende EPC aan dit bureau.
  • Het bureau doet onderzoek op de bouwplaats (steekproef + visuele inspecties)
  • Het bureau stelt de EPC vast. Het combineert hiervoor de onderzoeksresultaten met uw documentatie en het projectdossier dat de aannemer heeft aangelegd (met documenten over en foto’s van energiezuinige installaties en materialen).
  • Het bureau vertaalt de EPC naar een energielabel en stelt een certificaat op.
  • Het bureau meldt dit label af bij Agentschap NL.
  • U overhandigt het certificaat aan de koper of de huurder.

Ga naar: Hoe komen de labels tot stand? (meer informatie over de procedure)

Hoe groener, hoe voordeliger

(Ver)nieuwbouw is het hoogste haalbare op het gebied van duurzaam wonen. Een nieuwbouwhuis met energielabel A++ is veel energiezuiniger dan een bestaand huis met energielabel C of D. Maar hoe groot is het verschil eigenlijk?

Cijfers Nibud
Volgens het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, is het verschil ‘significant’. Dat blijkt ook uit onderstaande tabel die het Nibud in 2012 opstelde. De tabel geeft van diverse woningtypen met afzonderlijke labels de maandelijkse energiekosten weer, afgezet tegen een gemiddeld appartement met label C.

Tabel: extra energiekosten in euro’s per maand, per woningtype en energielabel, ten opzichte van een gemiddelde woning met energielabel C. Bron: Nibud –  (2012).

Goedkoper uit
Bewoners van vergelijkbare woningen met energielabel A of hoger zijn maandelijks veel goedkoper uit. Zelfs bewoners van tweekappers met energielabel A+ betalen maandelijks minder, terwijl deze huizen doorgaans een stuk groter zijn. De energiekosten in de meeste tweekappers en vrijstaande woningen vallen wel hoger uit dan in een gemiddeld appartement met label C, ook al zijn de energieprestaties beter. Dat komt doordat bewoners daarvan meer kubieke meters te verwarmen hebben. Per kubieke meter zijn ze wel goedkoper uit.

Verwachting, geen garantie

Het energielabel geeft het ‘te verwachten gebouw-gebonden energieverbruik’ aan. Het gaat daarbij om de hoeveelheid energie die nodig is voor de verwarming van de woning, de productie van warm tapwater, ventilatie en verlichting. Voor de berekening wordt uitgegaan van een gemiddeld aantal bewoners en gemiddeld bewonersgedrag.

Duidelijk zijn naar de klant
Een garantie voor een lager energieverbruik en daarmee een lagere energierekening, biedt een gunstig energielabel niet. Dit moet u in gesprekken met klanten duidelijk aangeven. Veel hangt immers af van het gedrag van de bewoners en de apparatuur die zij gebruiken: hoe lang staan ze onder de douche, gaat de verwarming lager als ze naar bed gaan, hoe vaak gebruiken ze hun wasdroger en hoeveel flatscreen tv’s staan er elke dag aan? Het label zegt evenmin iets over de vastrechtkosten die energiebedrijven rekenen voor het gebruik van kabels, leidingen en installaties.

Slimme energiemeter
In januari 2012 is de plaatsing van slimme energiemeters in nieuwbouwwoningen gestart. Dat gebeurt standaard. Een slimme meter is een apparaatje waarvan de meterstand op afstand uit te lezen is. Consumenten met zo’n meter ontvangen zes keer per jaar een overzicht van hun energieverbruik. Hierdoor krijgen zij daar beter zicht op, wat tot minder verbruik leidt. Ze kunnen bovendien zelf hun meter uitlezen met hun computer of mobiele telefoon. Dat maakt energie besparen nog gemakkelijker. Tot 2014 wordt de slimme meter ook aangeboden bij renovatieprojecten en bij de reguliere vervanging van de huidige meters. Plaatsing gebeurt verder op aanvraag van de consument zelf. Dit kost maximaal 60 euro. Vanaf 2014 zullen alle huishoudens in Nederland kosteloos slimme meters aangeboden krijgen.

Betrokken partijen bij toolbox energielabel

Deze toolbox is een initiatief van het Lente-akkoord, een samenwerkingsverband van NEPROM, NVB, Bouwend Nederland, Aedes en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het Lente-akkoord wil in 2015 in de nieuwbouw een energiereductie realiseren van vijftig procent.

Ga naar Richtlijnen en tips

Ga naar Downloads

Ga naar Consumentenflyer



Reacties zijn gesloten.